Carpaal tunnel syndroom
16437
post-template-default,single,single-post,postid-16437,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-10.1.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
 

CTS/ Carpaal tunnel syndroom

CTS/ Carpaal tunnel syndroom

CTS/Carpaal tunnel syndroom

Het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) is een klacht die vaak voorkomt. Het komt vaker voor bij vrouwen, op hogere leeftijd, bij overgewicht, bij remautoïde artritis, zwangerschap, suikerziekte, na verwijderen van de eierstok en bij een niet goed werkende slokdarm. Werkgerelateerde risicofactoren zijn snel herhaalde bewegingen, hand- of armtrillingen of ongunstige werkhoudingen.

CTS ontstaat door beknelling van een belangrijke zenuw in de pols, de nervus medianus of middenhandszenuw. De zenuw loopt door een tunnel die aan de bovenzijde wordt afgesloten door de dwarse polsband. Wanneer het bindweefsel in de tunnel gaat zwellen, raakt de zenuw bekneld. Bekende klachten zijn nachtelijke tintelingen, doof gevoel en minder kracht in de handen.

cts1-300x225

Het dragen van een polsbrace (spalk) gedurende de nacht heeft vaak ook een gunstig effect op de symptomen. (Pro-F fysiotherapie kan voor u een polsspalk op maat maken)

Het is ook zeer zinvol om therapie te volgen. De behandeling bestaat over het algemeen uit het aanleren van een goede (pols-)houding en een juist gebruik van de hand tijdens uw dagelijkse activiteiten, werk en sport. Bij Pro-F fysiotherapie maken wij óók gebruik van endermologiebehandeling, waarmee we lokaal het bindweefsel soepeler kunnen maken, waardoor de lokale druk af kan nemen en symptomen verminderen.

cts2

Daarnaast is het ook erg belangrijk te kijken naar de hele ‘keten van bewegen’, dus ook naar de juiste houding van de rug en schouder tijdens dagelijkse activiteiten. Door niet alleen lokaal te kijken, maar achterliggende oorzaken te behandelen kun je voorkomen dat deze klacht ook weer terug komt.

Soms is een operatieve ingreep toch onvermijdelijk. Deze ingreep heet Carpaal Tunnel Release (CTR). Ook ná deze ingreep is het aan te raden therapie te volgen, voor het rustig en verantwoord opbouwen van activiteiten. Deze therapie duurt over het algemeen niet heel lang en bestaat uit het weer soepel leren bewegen van pols en vingers en zorgen dat het litteken soepel wordt en blijft.

Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen aan een fysiotherapeut, vul dan onderstaand formulier in en we nemen zo spoedig mogelijk contact met je op.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Telefoonnummer

Onderwerp

Bericht